Natuurpunt strooit met tips voor bescherming van de bij

De lente is begonnen en de eerste wilde bijen zijn alweer uitgevlogen. Voor Natuurpunt is dat het sein om een bijdrage van landbouwers, bedrijven en lokale overheden te vragen aan de bescherming van de bij. Wat zij precies kunnen doen, daar weet Natuurpunt wel raad mee. Met de financiële steun van de federale overheid verdiepte de organisatie zich in bijenvriendelijke maatregelen in landbouwgebied, op bedrijfsterreinen en op het openbaar domein. De lange lijst met praktische tips staat per doelgroep online. Landbouwers leren bijvoorbeeld wat een goede plek is voor een bijenhotel, welke groenbedekkers een meerwaarde hebben voor bijen, dat de bermen naast hun veld belangrijk zijn als groene linten doorheen het landschap, enz.

Als het over bijen gaat, heeft Natuurpunt al vaak de vinger op de wonde gelegd. Intensieve landbouwpraktijken worden dan aangeduid als één van de oorzaken van de fragiele gezondheid van bijenpopulaties. Met de steun van de FOD Volksgezondheid gooit de natuurorganisatie het roer in de communicatie over bijen nu om. “Het gaat niet goed met onze bijen maar jij kan helpen”, klinkt het. Het project ‘Aan de slag voor bijen’ focust niet op de problemen maar op de mogelijke oplossingen.

Aangezien meer dan 45 procent van Vlaanderen landbouwgebied is, kunnen landbouwers een grote bijdrage leveren aan het voortbestaan van de bij. Van de drie doelgroepen (Natuurpunt richt zich met aangepaste tips ook tot bedrijven en lokale overheden, nvdr.) hebben landbouwers wellicht het meeste baat bij gezonde bijen. “Een verbeterde bestuiving biedt directe voordelen, vooral in de groente-, fruit- en zaadteelt in open lucht”, zegt Benno Geertsma, beleidsmedewerker bij Natuurpunt. “Een geïntegreerde gewasbescherming waarbij rekening gehouden wordt met natuurlijke vijanden van plaaginsecten en natuurlijke bestuivers kan zelfs kostenbesparend zijn.” Verder wijst hij op de meerwaarde van bijen voor het landschap.

Meer nectar- en stuifmeelplanten laten groeien en stoppen met pesticiden zijn volgens Natuurpunt dé oplossing om de bedreigde bijen te helpen. Voor een gangbare landbouwer is vooral dat laatste niet bepaald vanzelfsprekend. Een blik op de wegpagina ‘Aan de slag voor bijen’ leert dat de tips veel laagdrempeliger zijn uitgewerkt. In verband met chemische gewasbeschermingsmiddelen wordt bijvoorbeeld vooral op een oordeelkundig gebruik gehamerd. Geertsma legt uit waarom dat zo belangrijk is: “Bestuivers zijn, in tegenstelling tot heel wat plaagsoorten, niet in staat zich snel te vermenigvuldigen. Wanneer ze, als gevolg van een verkeerde behandeling met gewasbeschermingsmiddelen, verdwenen zijn kan het dus lang duren voor ze terugkeren.”

Concreet houden landbouwers best in het achterhoofd dat ze geen bespuiting mogen uitvoeren op bloeiende gewassen of onkruiden omdat bijen daar actief naar voedsel zoeken. Spuiten in de buurt van bijenkorven is echt geen goed idee. Kies, indien mogelijk, steeds voor een selectief gewasbeschermingsmiddel dat de natuurlijke vijanden en bestuivers zoveel mogelijk spaart. Spuit bij weinig wind en bij voorkeur ’s morgens of ’s avonds wanneer bijen niet actief zijn. Natuurpunt vraagt om insecticiden van het type neonicotinoïde te vermijden omdat ze zo schadelijk zijn voor insecten die bloemen bezoeken.

Als het over gewasbescherming gaat, zegt Natuurpunt vooral wat landbouwers niet mogen doen. Alle andere tips zijn positief geformuleerd want er kan in landbouwgebied op vele manieren rekening gehouden worden met bijen. Soms volstaat het om niets te doen en de natuur die voorhanden is zijn gang te laten gaan. “In de kleine hoekjes van een perceel of erf, waar inheemse planten hun gang kunnen gaan, zullen al gauw bijen en hommels te vinden zijn. Ook bij de aanplant of inzaai genieten inheemse planten de voorkeur. De meeste bijensoorten zijn immers gebonden aan één of enkele inheemse waardplanten”, verduidelijkt Geertsma.

Een aantal gewassen is zeer rijk aan bloemen en vormt daardoor op zich al een belangrijke nectar- en stuifmeelbron. Het bekendste voorbeeld is koolzaad. Na de oogst van bijvoorbeeld granen kan een groenbedekker ingezaaid worden die op zijn beurt een voedselbron vormt voor bijen. Een vroege groenbedekker die vanaf eind juli ingezaaid wordt, komt vooral honingbijen en wilde bijensoorten ten goede die in de nazomer actief zijn. Bijenvriendelijke groenbedekkers zijn onder andere witte of gele mosterd, bladrammenas, nootzoetraapzaad, boekweit, phacelia en komkommerkruid. Een laat gezaaide groenbedekker die laat bloeit, biedt voor bijen geen meerwaarde. Als een vroeg gezaaide groenbedekker in zaad dreigt te komen, maai dan wanneer de bijen niet op zoek zijn naar voedsel. Dat wil zeggen ’s morgens vroeg of ’s avonds laat of bij temperaturen lager dan 10° C.

Een landbouwer die een bijenhotel plaatst, heeft natuurlijk graag dat het bezocht wordt. Natuurpunt verkoopt niet alleen bijenhotels gemaakt van gecertificeerd hout maar leert landbouwers ook hoe je er zelf één kan bouwen. “Voorzie gaatjes met diameters die variëren van 2 tot 12 mm en zorg ervoor dat holle stengels of houtblokken aan de achterzijde gesloten blijven.” Bijenhotels zijn naar verluidt vooral interessant in de fruitsector. “De gehoornde en rosse metselbij zijn twee van de actiefste bewoners van een bijenhotel en zijn uitstekende bestuivers van voorjaarsfruit zoals appels, peren, pruimen en kersen”, weet Geertsma. “Metselbijen bestuiven zelfs tot 120 keer efficiënter dan werksters van honingbijen!”

Opdat het zou functioneren, moet de plaats van een bijenhotel goed gekozen worden. Bijen zijn echte zonnekloppers en maken hun nesten graag in zonnige omgevingen. Let erop dat het steeds beschut is tegen regen en wind, gericht op het zuiden en op een zonnige plek. Plaats het bijenhotel niet te laag bij de grond vanwege opspattend water. Behandel het bijenhotel niet met verven of vernissen. Een ecologische vernis mag eventueel wel.

Andere tips die Natuurpunt geeft, hebben te maken met boslandbouwsystemen, beheerovereenkomsten, inzaai van bloemenrijke akkerranden, het nut van (weg)bermen langs een veld, het belang van kleine landschapselementen zoals houtkanten, erfbeplanting die een echte nectar- en stuifmeelbom kan zijn, enz. Check het zelf op ‘Aan de slag voor bijen’.

Bron: Vilt